Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights
Plaatsingsdatum
23 november 2015
Gerelateerde artikelen

Aangepaste rekenmethodiek voor daglichtberekeningen

Eind vorig jaar is de nieuwe richtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 gelanceerd. Op dit moment worden de eerste projecten daadwerkelijk met deze richtlijn gecertificeerd. Voor de categorie ‘Gezondheid’ zijn de daglichteisen van de credit HEA 1 “Daglichttoetreding” in de nieuwe richtlijn significant verzwaard.

 

Waar eerst voor daglichtberekeningen volstaan kon worden met een eenvoudige rekenregel op basis van m.n. het raamoppervlak en de afmetingen van een vertrek (de zogenaamde BRE-formule), moet nu de gemiddelde daglichtfactor berekend worden met een gevalideerd rekenpakket. Met het oog op de vaak grote verschillen die optraden tussen de oude, eenvoudige formule en meer realistische benaderingen is het lang niet vanzelfsprekend dat deze eis behaald wordt en dient serieus aandacht aan het onderwerp geschonken te worden.

 

Aan de hand van (ontwerp)tekeningen moet voor voor alle verblijfsruimten van een gebouw per te onderscheiden functie (kantoor, onderwijs, winkel, wonen, logies of bijeenkomst) de gemiddelde daglichtfactor per verblijfsruimte bepaald worden. Deze gemiddelde daglichtfactor dient minimaal 2% te zijn voor minimaal 35% van het beschouwde oppervlak. Voor sommige functies is dit zelfs 50 of 80% van het oppervlak.

 

En dit is waar een goed daglichtontwerp het verschil maakt. De uitdaging is immers om veel daglicht te laten toetreden zonder dat dat leidt tot hinderlijk hoge lichtniveaus of te grote luminantieverhoudingen. Met een gebalanceerde daglichttoetreding kan immers bespaard worden op energie die anders nodig is om de elektrische verlichting te laten branden. Tegelijkertijd dient ongewenste opwarming door zontoetreding in de zomer beperkt te worden om de koellast zo laag mogelijk te houden.

 

Voor het uitvoeren van de hiervoor benodigde daglichtberekeningen maakt het bedrijf Peutz gebruik van rekenprogramma’s zoals Radiance om ook ongebruikelijke geometrieën of complexe raamsystemen te kunnen beoordelen. Dergelijke fysisch-realistische rekenpakketten bieden de mogelijkheid om van elk ontwerp goed te onderzoeken of voldaan kan worden aan enerzijds de (nieuwe) eisen in de BREEAM-richtlijn voor credit HEA 1 en anderzijds overige eisen en wensen ten aanzien van daglicht en bezonning.

 

Naast het fysisch correct modelleren van de daglichttoetreding biedt deze ray-tracing software uitstekende visualisatiemogelijkheden. Dat geldt bijvoorbeeld voor zowel direct zonlicht en diffuus daglicht als kunstlicht en combinaties van deze drie. Hierdoor worden deze rekenmodellen ook vaak toegepast om bezonningsstudies te verrichten.

 

Daar waar zgn. fotorealistische lichtsimulaties vooral bedoeld zijn om aantrekkelijke visualisaties te maken, kunnen data afkomstig van fysisch-realistische rekenpakketten van nut zijn om na te gaan hoe bruikbare, comfortabele en esthetisch verantwoorde niveau’s en verdelingen van verlichting te realiseren zijn. Vooral ontwerpen voor expositieruimten in musea, winkelcentra, bibliotheken en entrees van hotels en kantorencomplexen kunnen hiervan profiteren. Ook kan de daglichttoetreding en het risico van verblindingshinder op werkplekken in kantoorvertrekken of in industriegebouwen inzichtelijk gemaakt worden.

 

Meer info: Peutz