Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights
Plaatsingsdatum
12 september 2016
Betrokken donateurs

Alexander Rosemann over goed functionerende gebouwen

Alexander Rosemann is de eerste Daylight Award-juryvoorzitter die geen architect is. De professor Building Lighting aan de TU/e ziet dat daglicht in de verlichtingsindustrie steeds belangrijker wordt, een gesprek over daglicht, onderzoek en de Daylight Award 2016.

 

Wat doet een professor Building Lighting eigenlijk? 

“Ik doe onderzoek, onderwijs en management. Ik kijk naar licht en energie, licht en de visuele omgeving en naar licht en gezondheid. Hoe kun je mensen in een gezonde omgeving zo optimaal mogelijk laten functioneren? Deze drie pilaren vormen de basis bij ieder project.”

 

Als je naar verlichting kijkt in de gebouwde omgeving is er veel veranderd.
“Vroeger was de fluorescerende lamp het meest energiezuinig en die is ingeruild voor de led. Led is heel energiezuinig, maar de zon is gratis en gemiddeld twaalf uur per dag aanwezig. Je kunt het meest besparen op kunstmatig licht als je daglicht goed toepast in gebouwen.”

 

Heeft de komst van de led gevolgen gehad voor jullie werkzaamheden? 

“De gloeilamp kon niet veel efficiënter meer gemaakt worden. De introductie van de led is een stap die te vergelijken is met de komst van de auto die paard en wagen heeft vervangen. De led kun je snel aan en uitschakelen, daarmee kun je er data uithalen. Je hebt hierdoor veel meer mogelijkheden. Je kunt de led inzetten voor verlichting, maar ook voor communicatie zodat de led als een sensor fungeert.”

 

Werken jullie met andere partijen samen of doen jullie solistisch onderzoek? 

“We werken o.a. met Philips Lighting samen en bijvoorbeeld met een partij als Deloitte. We doen nu onderzoek in The Edge. Daar is het lichtontwerp weliswaar al gedaan, maar de aansturing van het licht kun je er nog optimaliseren. Er zijn daar veel armaturen die data verzamelen zoals aanwezigheidsdata, data over de temperatuur, data over het aanwezige daglicht, en data over het CO2-gehalte in de ruimte. Hiermee weten we veel over de actuele situatie in het gebouw. Het zijn livedata van het hele gebouw.”

 

Met wat voor onderzoeksvragen zijn jullie aan de slag gegaan in The Edge? 

“‘Hoe kunnen we het licht zo controleren dat er minder ziektemeldingen ontstaan’, ‘hoe kun je het licht controleren dat het energiezuinig mogelijk is’, maar ook ‘wat wil de gebruiker eigenlijk?’ Als de ene gebruiker een lage verlichtingssterkte wil hebben op zijn werkplek dan moet je die niet naast iemand zetten die een hoge verlichtingssterkte wil, je moet het clusteren. De laatste onderzoeksvraag was: ‘Hoe kun je mensen zo goed mogelijk individueel licht laten regelen.’”

 

Hoe doe je dat?

“Je kunt onderzoeken hoe iemand, die alleen in een ruimte zit, omgaat met verlichting. Een persoon in een donkere ruimte geef je de controle over de verlichting. Gebruikt die persoon dan alleen licht voor zijn werkplek of zet hij ook het licht gedimd aan in de omringende ruimte. Vervolgens zet je een persoon erbij. Dan kun je kijken hoe met deze situatie wordt omgegaan en of er een conflict ontstaat. Maar ik wil wel benadrukken, we zijn natuurlijk geen psychologen. Dit soort vraagstukken brengen we bij een apart verlichtingsinstituut onder.”

 

Als je nu kijkt naar de onderzoeken die jullie doen en naar de dagelijkse praktijk, daar zit een flink verschil in.  

“De wetenschap en de bouwwereld liggen ver uit elkaar. In de bouw heb je met deadlines te maken en dat is lastig te combineren met een onderzoek omgeving. We werken het liefst in Living Labs, in een situatie die al bestaat. Maar we zijn wel geïnteresseerd, om met bouwbedrijven en architecten in een onderzoekproject samen te werken. Wij doen alleen onderzoek dat je later in de praktijk kan inzetten.”

 

Je hebt geen moment geaarzeld toen je werd gevraagd om juryvoorzitter van de Daylight Award 2016 te worden. 

“Twintig jaar geleden was de opvatting van de verlichtingsindustrie: ‘We hebben de beste lampen ter wereld, we hebben daglicht niet nodig.’ Dat is veranderd. De consument wil een natuurlijke lichtomgeving en daar kan de industrie tegenwoordig aan voldoen. Ik ben positief gestemd over het samengaan van de verlichtingswereld en degenen die daglicht in de gebouwde omgeving promoten. Het ondersteunt elkaar prima. Daarbij vind ik het leuk om goede daglichtprojecten te zien en daarmee goed functionerende gebouwen in het zonnetje te zetten.”

 

Wat vond je van de kwaliteit van de ingezonden projecten? 

“Daglicht moet een rol spelen of het nu een groot of klein project is. Daarom waardeer ik de categorieën onder en boven de 1.000 vierkante meter. Het is natuurlijk wel lastiger bij de categorie onder de duizend vierkante meter om daglicht leidend te laten zijn. Als je een rijtjeshuis hebt, is de ligging al bepaald. In de categorie boven de 1.000 vierkante meter kun je de omstandigheden vaak zelf creëren, dan is een project zo complex dat je de parameters nog kunt bijsturen.”

 

Tekst: Gerard Vos

Foto: Rob Stork