Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights
Plaatsingsdatum
20 mei 2014

Koen van Velsen: ‘Nooit voor een opdrachtgever alleen bouwen.’

Architect Koen van Velsen staat niet graag in de schijnwerpers. Hij is wars van trends en laat het liefst zijn werk spreken. Een gesprek over daglicht, techniek en het juryvoorzitterschap van de Living Daylight Award.

 

De 2014-editie van de Living Daylight Award kent een enigszins a-typische juryvoorzitter, die nog nooit van de Living Daylights had gehoord. Waarom dan toch juryvoorzitter worden? “Daglicht is een prachtig onderwerp. Uitdagend om straks met de jury in discussie te gaan.”

 

Van Velsen vindt dat je voor de Awards licht niet op zich kunt beoordelen. “Je beoordeelt architectuur en je kijkt naar wat licht in het project betekent. Je kunt licht niet los zien. Daglicht is een onlosmakelijke factor van architectuur. Ik hoop straks projecten te zien die mijn stoutste verwachtingen overtreffen.”

 

Daglichtindustrie?

Het verbaast Van Velsen dat er zoiets als de Stichting Living Daylights bestaat. “Het is toch wonderlijk dat je daglicht moet promoten. Het is een van de basiselementen van het architecten vak. Daglicht is iets wat je gratis meekrijgt als je iets bedenkt.”

 

Bij het rehabilitatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem zag Van Velsen dat  kennis over daglicht feitelijk ontbrak. “In de gezondheidszorg viel opeens op dat daglicht goed voor mensen is. Natuurlijk is dat zo. Dat hoeven we toch niet weer te vertellen? In de gezondheidszorg is er inmiddels een enorme daglichtindustrie ontstaan. Bedrijven komen met daglichtlampen aanzetten. Onzin!”

 

Van Velsen: “Je moet gebouwen onder andere zo ontwerpen dat je als gebruiker het verloop van de dag -ochtend, middag, avond, nacht – kunt ervaren. Ik vind dat echt les nummer 1. De kwaliteit van het licht helpt om een aangename dag te hebben of fijn te kunnen leven. Daar kan geen daglichtlamp tegenop.”

 

Prutsers

Hoe vindt Van Velsen dat daglicht door collega’s in de dagelijkse praktijk wordt toegepast. Van Velsen: “Architectuur heeft met licht te maken. Dat is een van de facetten in ons bijzonder moeilijke vak. Het is een element om ruimte te maken. Maar er lopen veel prutsers rond. Dat is niet anders, dat heb je in elke bedrijfstak. Dat er zowel rotzooi wordt gemaakt als bijzondere kwaliteit is niet van nu, dat is van alle tijden.”

 

Van Velsen meent dat zijn vak door techniek enigszins in de war is gebracht. “Er is zoveel techniek ontwikkeld. We kregen jarenlang te horen dat we alles maar dicht moesten maken. Op een gegeven moment kon je zelfs de ramen niet meer open doen. Er moesten nog meer installaties in gebouwen. Een raam… dat is energieverlies. We moesten het maar doen met minder ramen. Zo zijn we een beetje gek gemaakt de afgelopen dertig jaar.”

 

Het vak van architect is gaandeweg ook technischer geworden. “Dat maakt dat ons vak ook moeilijker is geworden. En dat heeft tot gevolg dat er meer fouten worden gemaakt. De gebouwen zijn zo afhankelijk van techniek, elke relatie met de natuur is eruit geperst. Dat is niet erg, maar de kans op fouten is vergroot. En begrijp me niet verkeerd, ik vind het ook hartstikke leuk die techniek. Maar je moet wel bij jezelf blijven.”

 

Licht en zicht

Wat voor kwaliteiten heeft het licht voor het architecten vak. “Ik vind licht en zicht echt bij elkaar horen. Licht bestaat ook bij de gratie van het donker. Met licht kun je zoveel toepassingen bedenken. Je kunt een ruimte geborgen maken of je kunt er verbindingen mee maken.”

 

Van Velsen werkt bij voorkeur aan projecten die gevoelsmatig bij hem passen. “Als ik een woning maak, zou ik er ook zelf in willen wonen. Momenteel maken we een station in Breda. Dan wil ik een gebouw creëren waarin het zo prettig is dat het niet erg is om een keer de trein te missen.”

 

Zijn 37-jarige carrière ging met vallen en opstaan. Van Velsen: “De grootste les die ik heb geleerd is dat je niet alleen voor een opdrachtgever alleen moet bouwen. De architect heeft een grotere verantwoordelijkheid dan dat. De opdrachtgever heeft een gebouw gemiddeld zeven jaar in bezit en dan wordt het weer verkocht. Je ontwerpt iets voor de stad, voor de omgeving en voor de mensen in de omgeving. Gebouwen moet de tand des tijds kunnen doorstaan… als het even kan moeten de gebouwen als ze ouder worden zelfs mooier worden. Dat is een mooi streven.”

 

Over Koen van Velsen

Koen van Velsen’s werk kenmerkt zich door de onconventionele aanpak, zoals het samenvoegen van woningen en een geluidswal. Zijn oeuvre kent een grote verscheidenheid. Zo heeft Van Velsen o.a. een bioscoop en een bezoekerscentrum gerealiseerd en werkt hij momenteel aan het station in Breda. De gebruikerswaarde is een constant terugkerend element in zijn werk.

 

Voor het rehabilitatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem ontving Van Velsen in 2010 de prijzen: BNA Gebouw van het jaar, de Hedy d’Ancona Prijs, the Dutch Design Award en de Heuvelinkprijs Arnhem. In 2009 werd hij, naast zijn werk als architect, Spoorbouwmeester, deze functie bekleed hij tot op de dag van vandaag.

 

Tekst: Gerard Vos

 

Meer informatie: Architectenbureau Koen van Velsen