Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights

Lente voor altijd

Teun Kruip* mist een besef bij architecten van het belang van daglicht. Te vaak slaat de balans door naar de kant van het energieverbruik en verdwijnen gezondheidsaspecten onterecht naar de achtergrond. Een pleidooi voor meer aandacht voor daglicht in ontwerpen.

 

‘Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente’, schalt het op vrijdagochtend uit mijn radio. Voor het eerst sinds tijden drink ik in een stralend zonnetje koffie op het balkon. Een huisgenote loopt energiek naar buiten. Ze heeft een rokje aan en begroet me met een opgewekter “goedemorgen!” dan normaal. Het is officieel de eerste zomerse dag van het jaar. Eindelijk, Nederland bloeit op en schudt de winterdepressie van zich af.

 

Architectuurstudenten van nu
Onderzoek uit 2002 wijst uit dat fotoreceptoren in onze ogen (niet de staafjes en kegeltjes, zoals de meesten van ons geleerd hebben) voortdurend elke lichtfluctuatie registreren en doorseinen naar de suprachiasmatische kern, een kleine groep zenuwcellen in de hypothalamus die een belangrijke rol speelt in onder meer onze hormoonhuishouding, ons zenuwstelsel en ons dag- en nachtritme.

 

Het menselijk lichaam heeft zich duizenden jaren in de buitenlucht ontwikkeld tot wat het nu is, waardoor het voor een belangrijk deel functioneert op basis van het lichtverloop gedurende een etmaal. Inmiddels spenderen mensen gemiddeld zo’n 90% van hun leven binnen, waardoor ze minder worden blootgesteld aan daglicht. Dit kan leiden tot verstoorde lichamelijke en geestelijke processen, bijvoorbeeld resulterend in een verzwakt herstellend vermogen, een verminderde concentratie en zelfs tot ziekten of depressies.

 

Direct contact met daglicht en het natuurlijke verloop hiervan is voor een gezond functioneren van ons mensen van cruciaal belang. Tijdens mijn opleiding tot architect aan de TU Delft heeft geen enkele docent of professor hierover echter ooit een woord gesproken. Omdat de architectuurstudenten van nu straks de leefomgevingen van de toekomst vormgeven, vind ik dat verwonderlijk.

 

Recht op zonlicht
Terwijl er in hun tijd aanzienlijk minder kennis beschikbaar was dan nu, zijn er wel degelijk beroemde architecten als Le Corbusier, Mies van der Rohe en Alvar Aalto die grote waarde hechtten aan de ontvangst van daglicht in hun gebouwen.

Zonder dat er concrete bewijzen waren dat dit ‘goed’ zou zijn, stemden de oude Grieken zelfs al complete steden af op het pad van de zon. Ook de Romeinen waren zich bewust van de kwaliteiten van natuurlijk licht, wat zich uitte in een wetgeving over ‘recht op zonlicht’.

 

Ondanks de vele kennis over de heilzame werking van daglicht die in de afgelopen decennia is vergaard, lijkt het alsof veel architecten zich hiervan niet bewust zijn. Of erger nog, er zelfs de ogen voor sluiten. Een beter besef bij architecten van het belang van daglicht en basale kennis over de invloed van daglicht op het menselijk lichaam zou mijns inziens leiden tot meer aandacht voor daglicht in hun ontwerpen en reductie van het veel ongezondere kunstlicht.

 

Energie, energie, energie
Ontwerpbeslissingen worden vaak gerelateerd aan energie, zonder stil te staan bij welke impact deze keuze kan hebben op onze gezondheid. Kleine glasoppervlakten met triple isolatieglas en reflecterende coatings zorgen bijvoorbeeld voor minder opwarming in de zomer, maar maken tevens dat de cruciale, gezonde, eigenschappen van zon- en daglicht onze lichamen niet of slechts beperkt bereiken.

 

Er blijft altijd een spanningsveld bestaan tussen energiegerelateerde en gezondheidsgerelateerde keuzen. Naar mijn mening slaat de balans tegenwoordig te vaak door naar de kant van het energieverbruik en verdwijnen gezondheidsaspecten onterecht naar de achtergrond.

 

Zomerzonnetje
Ik zal me de komende tijd in ieder geval stukken minder ergeren aan de in mijn ogen foute keuzes van veel architecten. De zomer staat immers voor de deur. Ik loop weer mijn dagelijkse rondje door het park, waardoor mijn lijf meer ‘feel-good’ hormonen aanmaakt en de endorfine door mijn systeem giert.

 

De toename van UV-licht doet mijn winterdepressie verdwijnen, laat me ’s nachts beter slapen en overdag geconcentreerder werken. Ondertussen zet het zonnetje cholesterol aan de oppervlakte van mijn huid om in vitamine D, wat mijn stemming eveneens opgewekter maakt en daarnaast mijn herstelvermogen vergroot.

 

Dit overdenkend drink ik de laatste slok van mijn koffie en zing uit volle borst mee met de laatste zin van de ode aan de tandartsassistente: “Want het is lente, lente voor altijd!”

 

* Teun Kruip is student Architectural Engineering aan de TU Delft en parttime werkzaam bij architectenbureau cepezed.