Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights

Reisverslag VELUX Daylightsymposium 2017

Op 3 en 4 mei 2017 organiseerde VELUX voor de 7e keer het Internationale Daylight Symposium. Na steden als Londen en Lausanne stond dit jaar Berlijn op het programma als gastheer met als thema ‘Healthy & Climate Friendly Architecture; from knowledge to practice’

 

Op 3 mei begon het symposium in Café Moskau, een socialistisch monument uit 1964, op circa tien minuten lopen van de Alexanderplatz. Met in totaal 350 bezoekers was het symposium dit jaar uitverkocht en werd het programma traditiegetrouw geopend door Michael K. Rasmussen van de VELUX Group.

 

De eerste dag werd gekenmerkt door een gevarieerd programma dat bestond uit  een mix tussen theorie en praktijk. Keynote Stephan Behnisch verteld hoe hij daglicht vertaalt naar een ontwerp. Daar bij kijkend naar wat de kwaliteiten zijn van daglicht en hoe je deze kunt inzetten om bijvoorbeeld daglicht diep in een parkeergarage te brengen met behulp van reflecterende en op de zon georiënteerde gevelelementen. Daarnaast ging hij in op het buitenhouden van zonnewarmte; een dilemma dat altijd speelt in het ontwerp, licht versus warmte.

 

Diverse sprekers gingen in op het visualiseren van daglicht, zowel op gebouwniveau als op stedenbouwkundige schaal. Diverse Phd studenten waren aanwezig om hun onderzoek toe te lichten, maar ook zelf te ervaren. In de pauzes gedurende het symposium konden bezoekers met behulp van een Virtual Reality bril zien, hoe je daglicht kunt visualiseren in een 3D omgeving en hoe je dit als gebruiker ervaart. Doel van het onderzoek is om te kijken of gesimuleerde omgevingen hetzelfde effect op ons hebben als de daadwerkelijke omgeving, en of dit helpt om tot betere daglichtontwerpen te komen door middel van visualiseren.

 

Jakob Stroman-Anderson van Henning-Larson architects gaf een trend weer van kunstmatige werkomgevingen (bijvoorbeeld de Google-kantoren uit de jaren negentig) naar een natuurlijke waarbij het aspect daglicht en uitzicht, alsmede het binnenhalen van de natuur belangrijke uitgangspunten zijn.

 

In de middag lag de nadruk op de aandacht voor daglicht op stedenbouwkundige schaal in relatie tot het verdichten van steden en ook de rol van visualiseren en Virtual Reality.

 

Tweede dag
Deze werd geopend door wederom een architect als keynote, in dit geval viel de eer aan Anne Lacaton van Lacaton& Vassal. Zij ging in op het van binnen uit ontwerpen en het toevoegen van extra vierkante meters en kwaliteit door het toepassen van daglichtoplossingen uit de kasbouwsector. Door het inzetten van wintertuinen creëren zij volledig transparante gebouwen en kunnen ze warmte ‘oogsten’ en met behulp van gordijnen het klimaat reguleren in de ruimtes, (zie ook bijgevoegd filmpje, red.).

 

De businesscase van daglicht werd daarna verder uitgewerkt door in te gaan op de effecten van ontwerp en daglicht in bijvoorbeeld de zorg aan de hand van een Deense studie naar zorgprojecten. Wat opviel is dat er blijkbaar weinig aandacht is voor de gebouwen nadat ze zijn opgeleverd en er dus ook weinig bekend is van hoe de gebouwen werken. In de gebruiksfase is dus veel waardevolle informatie te verkrijgen die ingezet kan worden om betere ontwerpen te maken.

 

Na een evaluatie van het door Dean Hawkes in 1991 ontworpen en gebouwde eigen Circadian House ging James Carpenter juist in op wat daglicht kan doen voor het publieke domein. Al het daglicht binnen is tenslotte privé. In zijn werk wordt gekeken hoe het daglicht teruggegeven kan worden aan de stad.

 

De afsluitende keynote werd gegeven door Lone Wiggens van CF Moller architecten waarin zij een beschouwing gaf van hun kijk op evidence based design en hoe dit hun ontwerpen beïnvloed.

 

Samenvatting
Het was een mooi symposium met een mooie balans tussen theorie en praktijk. Wat wel opvalt is dat er in de praktijk nog veel winst te behalen valt op het gebied van ontwerpen met daglicht. Ook de normen, zowel in Nederland als Europees verband, bieden weinig houvast om tot een kwalitatief goed ontwerp te komen. Zo wordt er ook in de nieuwe Europese daglichtnorm waar nu aan gewerkt wordt vooral ingegaan op de daglichtfactor en daglichtoppervlak. Het is ook de vraag hoe ver je moet gaan met het vastleggen van eisen of dat het juist niet beter is om op prestatieniveau daglicht beter te kwantificeren.

 

Het blijft dan ook van groot belang om de successen te delen en de opgedane kennis te verspreiden. Ook de rol van nieuw technieken zoals Virtual Reality biedt volgens mij een kans om beter inzicht te krijgen over wat daglicht met ons doet en wat we daarvan kunnen leren om een betere en gezondere leefomgeving te ontwerpen, en te realiseren.

 

Over Dennis Hauer
Dennis Hauer is als director Sustainable Development bij Urban Climate Architects in Delft betrokken bij projecten met een hoge mate van duurzaamheid en dan het realiseren van een gezonde leefomgeving in het bijzonder. Zijn werkwijze wordt gekenmerkt door een circulaire aanpak en een bijzondere focus voor groen en daglicht in de gebouwde omgeving.