Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights

Ronald Schleurholts: “Daglicht is volstrekt onderschat”

2011-2015 was een roerige tijd voor Living Daylights-voorzitter Ronald Schleurholts. 18 juni 2015 jl. droeg hij het stokje over aan de nieuwe SLD-voorzitter Lars Courage. Schleurholts blikt terug en kijkt vooruit.

 

Architect Ronald Schleurholts is in het voorjaar van 2011 voorzitter geworden van de Stichting Living Daylights. Het viel voor hem samen met het bestuurslidmaatschap bij de Bond Nederlandse Architecten (BNA). Het voorzitterschap van de Living Daylights was een logische stap.

 

Schleurholts: “We zijn met cepezed eigenlijk altijd al bezig geweest met daglicht. Ik vind het prettig als gebouwen licht zijn. Daglicht helpt mensen ook goed zich te oriënteren. We pasten als een van de eersten atria en glasdaken toe in kantoorgebouwen.”

 

Hoe komt het dat jullie al zo met daglicht bezig waren in het ontwerp?
“Dat zit in ons dna, maar een lichte vorm van claustrofobie helpt – in mijn geval – ook. Ik hou van open ruimtes en gebouwen die in het groen zijn gesitueerd. We ontwerpen gebouwen vanuit een ruimtelijke structuur. We vragen ons af: hoe gaan we het organiseren, hoe zit het met de sequentie van ruimtes, waar heb je uitzicht, is er licht aan het einde van de gang? Dan is de gevel eigenlijk het laatste laagje eromheen. Als je een gebouw van binnenuit ontwerpt dan neem je daglicht, uitzicht, en de relatie met de omgeving vanzelf mee.”

 

Je hoort wel vanuit de architecten die nu worden opgeleid dat het woord daglicht niet of amper* wordt genoemd.
“Dat is heel raar, dat begrijp ik ook niet. Het is zo’n belangrijk architectonisch middel. Het is een van de belangrijkste bouwmaterialen in een gebouw. Dat geldt als je spreekt over zowel duurzaamheid, welzijn als architectuur. Daglicht is volstrekt onderschat. Als je kijkt naar alle beroemde gebouwen dan is daglicht heel bepalend geweest.”

 

* Zie ‘Lente voor altijd’’ van Teun Kruip

 

Noem eens wat voorbeelden?
“Ronchamp van Le Corbusier, Louis Kahn met zijn monumentale vensters en constructieve daglichtstructuren, de moderne gebouwen van Toyo Ito, het Johnson Wax Building van Frank Lloyd Wright met van die slanke betonnen paddenstoelen waartussen daglicht ‘lekt’. Bijna altijd is de constructie versus daglicht versus ruimteorganisatie perfect georganiseerd.”

 

Waarom wordt dit dan niet meegenomen in een architectonische opleiding?
“Daglicht komt denk ik eerder ter sprake bij duurzaamheid dan bij architectuur. Bij veel architecten en opleidingen denken ze vanuit het plaatje. Daar werken de media overigens aan mee. Architecten worden opgeleid om een beeld na te jagen. Maar een goede architect kan zich tijdens het ontwerpen echt in een gebouw verplaatsen. Goede architectuur gaat over het inwendige en het bewegen door het gebouw en hoe het is afgewerkt en ruimtelijk georganiseerd. Je moet vanuit de gebruiker denken. Echt goede architectuur moet je beleven.”

 

Juist met social media wordt alles vanuit het plaatje gepresenteerd.
“Daarom ben ik zo blij met de Daylight Awards, daar bezoekt de jury de genomineerde projecten. Bij veel architectuurprijzen beoordeelt de jury alleen op een digitaal beeld. Dan kan je net zo goed de fotograaf de prijs geven.”

 

Worden architecten ook niet meegesleurd door een bepaald modebeeld?
“Zeker, ik kan me herinneren dat tijdens mijn afstuderen iedereen in de stijl van het VPRO-paviljoen van MVRDV begon te ontwerpen met van die gevouwen lasagnebladen. Er was ook een tijd dat je allemaal koperen, zinken en titanium-gevels zag. De afgelopen jaren moest er opeens een verticaal begroeide gevel komen.”

 

Een gebouw mag best een bepaalde tijdsgeest laten zien.
“Zeker, daar is niets mis mee. Maar het is niet waar ik me mee bezig wil houden. Wij maken een meer neutraler ontwerp. Wij zien het meer als een product waarin je lekker moet kunnen werken, wonen en verblijven. Waarbij je gemakkelijk ook van gebruik, of zelfs van gevel kunt veranderen na verloop van tijd.”

 

Heeft jullie visie het bureau ook behoed voor veel ellende tijdens de crisisjaren?
“Absoluut. We zijn in personeel verdubbeld de laatste jaren. Dat was wel raar, want als bestuurder van de BNA zag ik meer van de helft van de architecten verdwijnen. Met cepezed hebben we precies een omgekeerde beweging gemaakt. Wat er volgens mij aan ten grondslag lag was dat de bouwketen zich in de afgelopen decennia heel erg ontwikkeld heeft in logge bouwmethodieken. Het motto was: ‘laat de betonmolens maar draaien.’ De hele productie was gebaseerd op volume en niet op kwaliteit of inventiviteit en dat zag je ook bij architecten. Hele Vinex-wijken werden met eenzelfde plattegrond ontworpen en uit de grond gestampt. De bureaus die alleen vanuit volume dachten, hebben het niet overleefd. Onze visie is gebaseerd op waardecreatie en innovatieve technieken of processen.”

 

Hoe kijk je terug op je voorzitterschap van de Living Daylights?
“Het was een bijzonder traject. We hebben een aantal interessante successen geboekt zoals sterke betrokkenheid en invloed in de Frisse Scholen, Bouwen met Groen en Glas is ontstaan in een samenwerking met de tuinders. We hebben als stichting natuurlijk ook wel wat van de crisis gemerkt. We merkten dan het animo voor excursies en kennisuitwisseling terugliep. Het was de afgelopen jaren heel moeilijk om mensen of bedrijven te mobiliseren, afgezien van gelukkig een aantal trouwe donateurs. Het gaat nu weer de goede kant op. We hebben een breed bestuur, we werken samen met de Dutch Green Building Council en het nieuw ingerichte kennis- en inspiratieplatform trekt veel bezoekers en ook niet verkeerd – de donateurs weten ons te vinden.”

 

Waar ben je door verrast?
Mijn visie op de toeleverende industrie is echt veranderd. Toen ik begon dacht ik: ‘VELUX is een bedrijf dat dakramen maakt’. Maar ze doen veel meer. Ze zijn fantastisch bezig met Active House en doen veel onderzoek naar de effecten van daglicht. Het is een vooruitstrevende club. Ze zijn veel breder dan je in eerste instantie denkt. Ze bleken onverwacht goede sparringpartners te zijn. Ook hun hoeveelheid internationale kennis en onderzoek op het gebied van daglicht is leerzaam en inspirerend.”

 

Wat wil je je opvolger Lars Courage meegeven?
“De transitie van de Living Daylights als excursieorganisatie naar een kennisplatform is goed geslaagd. Daar komt bij dat daglicht en welzijn in gebouwen alsmaar belangrijker wordt. Alles staat nu klaar. Nu moet het verder worden uitgerold. Het is een goed moment om het stokje door te geven. Lars kan met zijn enthousiasme en kennis doorbouwen op de stappen die we de afgelopen jaren hebben gezet en Living Daylights op een nog hoger plan brengen, daar wens ik hem alle succes en plezier bij.”

 

Tekst: Gerard Vos