Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights
Plaatsingsdatum
12 november 2014

Wessel de Jonge: “We zijn altijd bezig met de logica van een gebouw”

In de Rotterdamse Van Nellefabriek zetelt Wessel de Jonge architecten. Dit bureau legt zich toe op het herbestemming van gebouwen, waarbij ruimte, licht en een zorgvuldige materiaalkeuze van groot belang is. Het bureau stond aan de wieg van herbestemmingen als Sanatorium Zonnestraal, het Huf-gebouw, Hotel Pincoffs en natuurlijk de voormalige koffie-, thee- en tabaksfabriek Van Nelle. Een interview met Wessel de Jonge.

 

Wat is de reden dat jullie je vijftien jaar geleden zijn gaan richten op herbestemmen?

“We zien gebouwen die moeten worden herbestemd niet als een soort afdankertjes. Wij kijken er op een culturele en architectonische manier naar. Het stoorde me dat er architectonisch altijd weinig aandacht aan herbestemmen werd besteed. We zagen verder aankomen dat er veel te veel gebouwd zou gaan worden. En dat uiteindelijk de noodzaak om leegstaande gebouwen een andere bestemming te geven overheersend zou worden. Dit heeft overigens veel langer geduurd dan ik had gedacht.”

 

Heb je je weleens roepende in de woestijn gevoeld?

“Zeker, er zijn een paar mensen die dat in Nederland hebben voorspeld. Maar omdat iedereen financieel beter werd van bouwen heeft dat zichzelf veel te lang in stand gehouden en nu moeten we  op de blaren zitten.”

 

Hoe vliegen jullie herbestemmen aan?

“We zijn niet een bureau die alleen aan total make-overs doet. Doorgaans willen onze opdrachtgevers het karakter van het gebouw behouden. Dat is voor ons een startpunt en dan kijken we of er een programma in past. Tegelijkertijd kijken we hoe we zo’n gebouw qua specificaties up-to-date kunnen krijgen. Dan praat je over energie en daglicht. Prestaties en programma proberen we te matchen, dat is de kern van ons werk”

 

Hoe ziet zo’n programma er dan uit?

“Het gebeurt dat marktpartijen een terrein opkopen met het idee om er woningen te bouwen. Vaak staat er dan nog een oud poortgebouw van een fabriekscomplex, of een kantoorgebouw bij een spoorwegemplacement of een elektriciteitsgebouw. Ontwikkelaren nemen dan  een bestaand gebouw op de koop toe. Ze richten zich vervolgens volledig op de nieuwbouw. Na een aantal jaren groeit het besef om toch ook wat te doen met het bestaande gebouw en dan worden wij ingeschakeld om samen een programma te bedenken. Aan ons de taak om de kwaliteiten van het gebouw in onze vingers te krijgen. We kijken naar vrije verdiepingshoogtes, kolomafstanden, mogelijkheden voor vluchtwegen, de hoeveelheid beschikbare ruimten. Daglicht en uitzicht spelen hier een grote rol in.”

 

Vervolgens ga je nadenken over de upgrading van het gebouw.

“We doen dit samen met een bouwfysicus. Als je van een tochtende fabriek – zoals De Van Nellefabriek was – een gebouw wilt maken waar mensen desktop moeten kunnen werken dan is een van de voorwaarden dat je de gevel goed aanpakt en het binnenmilieu goed krijgt.”

 

Je kunt natuurlijk vrij eenvoudig een doos om een gebouw plaatsen en dan ben je energetisch up-to-date.

“Dat kan een strategie zijn, maar het gaat ten koste van het imago van het gebouw en meestal is dat juist niet de bedoeling. Soms kan je wel een doos aan de binnenkant inbouwen, dat hebben we bij Van Nelle gedaan. Ook kan je weleens met het programma schuiven om bouwfysische nadelen te omzeilen. In de Van Nellefabriek was er een hoge ruimte met veel glas wat energetisch niet goed te krijgen was. Dan kun je de geval upgraden maar dan tasten we die ook aan, maar je kunt ook het gebruik aanpassen. We hebben er uiteindelijk voor gekozen om in deze ruimte de kantine te plaatsen. Dit omdat de mensen hier hooguit drie kwartier aanwezig zijn. Dat het er iets te fris is neem je dan op de koop toe en je hebt de authentieke gevel behouden. Het is vaak een spanningsveld waarbinnen we moeten werken. Dit maakt ons vak ook zo leuk.”

 

De Van Nellefabriek is een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen en is gebouwd tussen 1926 en 1931. Tijdens deze jaren is extreem veel glas toegepast in gebouwen. Maakt de aanwezigheid van veel glas de transformatie gemakkelijker?

“Veel glas is geweldig, maar tegelijkertijd kun je er veel last van hebben. Qua beeldschermwerk en overstraling was het in de Van Nelle-fabriek zeker geen voordeel. We hebben tussen de kolommen lamellen gehangen, op dezelfde positie waar ze oorspronkelijk ook hingen. Maar die reiken niet altijd tot aan het plafond vanwege de paddestoelvorm van de kolommen. In sommige zonnestanden kan je daar hinder van ondervinden.”

 

De Van Nelle-fabriek is ontworpen als een daglichtfabriek. Wat houdt dat precies in?

“Het idee om met daglicht te werken, wat veel diffuser is en veel zachter en niet voor slagschaduw zorgt, stond aan de basis van het ontwerp. Het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt heeft de plattegrond van de fabriek vrij ver uitgerekt. Het gebouw is maar negentien meter diep. De daglichtcondities zijn optimaal, waar je je ook bevindt.”

 

Waardoor er zonder kunstlicht gewerkt kon worden.

“Dat was eigenlijk ook noodzakelijk, want kunstlicht had in die tijd een veel lager lichtniveau dan nu. Directeur Van der Leeuw was erg bezig met het welzijn van de medewerkers. Hij dacht na over ergonomie, lette op de zithouding, maar hij was ook bezig met de kwaliteit van verlichting in termen van verblinding en vermoeidheid van medewerkers. Dat is vrij vooruitstrevend voor die tijd. Deze visie op welzijn heeft er mede voor gezorgd – naast de architectuur en de voorbeeldfunctie – dat de Van Nellefabriek in 2014 op de lijst met  Werelderfgoedlijst van Unesco is geplaatst.”

 

Hoe zou je jullie bureau omschrijven?

“Als een tamelijk bescheiden bureau dat kwaliteit levert. In transformaties als die van de Van Nelle-fabriek neem je een dienende rol in. We zijn in die zin ook redelijk ouderwets. Er is een bepaalde mate van vakmanschap nodig. Je moet verstand hebben van hoe er vroeger is gebouwd. Onze kracht ligt bij twintigste-eeuwse gebouwen met lichte gevelconstructies. We weten goed hoe je het pakket energetisch en qua lichtcondities – zonwering, lichtwering, overstraling – optimaal in kunt zetten. We zijn altijd bezig met de logica van een gebouw, om die in te zetten voor een nieuwe toekomst.”

 

Meer informatie: Wessel de Jonge Architecten 

 

Tekst: Gerard Vos