Twitter logo Linkedin logo Pinterest logo
Logo Stichting Living Daylights
Plaatsingsdatum
17 december 2014

De zeggingskracht van duisternis

In deze column laat architect Alex Letteboer van atelier Pro zijn licht schijnen op het onderwerp duisternis.

 

De relatie tussen architectuur en daglicht is voor ontwerpers uitdagend, problematisch maar op zijn minst essentieel. Met het adagium licht, lucht en ruimte is het doorlaten van daglicht als recept voor een prettige leefruimte vanzelfsprekend. In het Nederlandse somberende weer zijn hoge ramen een traditie om zoveel mogelijk van het zilverachtige daglicht in de interieurs te vangen. Glas wordt veelvuldig gebruikt voor ‘transparantie’ zodat het leven binnen zichtbaar wordt. ‘Ruimte’ kan dan onbegrensd door het gebouw stromen. Met hagelwitte interieurs, hier en daar geaccentueerd met felle kleurvlakken, wordt het verlangen naar lichtheid en helderheid onderstreept.

 

Maar architectuur moet ook licht tegenhouden, niet alleen doorlaten. Veel gebouwen veranderen in de zomer door een teveel aan glas in onbewoonbare, oververhitte, energie slurpende monsters. Het is maar hoe je het bekijkt, maar vooral in het tegenhouden, filteren en temperen van licht ontstaat een grote zeggingskracht. Deze gedachten kwamen bij mij op na een bezoek aan de tentoonstelling van het werk van de New Yorkse schilder Mark Rothko, op een zonovergoten decemberzondag in het Haags Gemeentemuseum.

 

Ruimte in bezit nemen

Het was niet de eerste keer dat ik het werk van deze tragisch overleden schilder bezocht. In 2008 was er een overzichtstentoonstelling van zijn latere werk in het Tate Modern in Londen. Vooral de zaal met de werken gemaakt voor het restaurant The Four Seasons in het Seagram building in New York (van de architect Ludwig Mies van der Rohe) waren indrukwekkend. Rothko kreeg deze opdracht op voordracht van een andere illustere architect: Philip Johnson die verantwoordelijk was voor het interieur van The Four Seasons.

 

Dit restaurant was voorbestemd het chicste van New York te worden en werd modern ingericht: Mies stoelen, roomwitte tafellakens, travertin en gordijnen samengesteld uit roodkoperen dunne kettingen. Rothko worstelde met deze opdracht: voor hem waren zijn schilderijen een zoektocht naar het immateriële en spirituele in de materie van verf en kleur. Maar de doeken zouden louter dienen als smaakvolle decoratie, achtergrondmuziek voor bij het diner. Na een jaar aan de opdracht te hebben gewerkt gaf hij hem terug. Hij heeft tegen een journalist zijn hart gelucht over zijn onvrede. Hij wilde schilderijen maken die zo de ruimte in bezit zouden nemen dat het de gasten elke eetlust zou ontnemen. Hoe dan ook het werk is van adembenemende schoonheid, al heeft het de zaal van The Four Seasons nooit gehaald.

 

Lichtniveaus in tentoonstellingsruimten

De Seagram Murals bestaan uit een monumentale serie schilderijen met diepe kastanjebruine tonen die opgelicht worden door felle karmijnrode en oranje kaders geschilderd op de achtergrond. Composities aangevuld met tonen zwart en donkerblauw. Ze variëren van hoog contrasterende zinderende kleuren tot diepe gelaagde vlakken en kruizen op een nog donkerder, diepere vlakken. De kaders en vlakken lijken een soort vensters naar een andere ruimte, maar hebben door hun overweldigende formaat en kleuren ook direct invloed op de ruimte vóór het schilderij. De ruimte van de beschouwer die opgaat in het schilderij.

 

Later werk van Rothko uit die periode is zo donker dat nauwelijks nog vormen of vlakken zijn te ontwaren. Hij stelde ook eisen aan de lichtniveaus in de tentoonstellingsruimten. De beschouwer wordt gedwongen om zijn ogen wijd te openen en langzaam te wennen aan de duisternis. Alle kleuren zijn gevoelig voor licht, maar hier wordt het schilderij een lichtgevoelig oppervlak[1] dat zelf een zwak licht lijkt uit te stralen.

 

Religie

Het werk van Rothko staat voor een intensiteit die in een ambigue verhouding tot het licht staat. Een dergelijke verhouding tot daglicht tref je vaak alleen bij religieuze gebouwen: bijvoorbeeld in het Kolumba museum van Peter Zumthor of de kapel van het klooster van la Tourette door le Corbusier. Bij Rothko is die relatie tot religie dubbelzinnig. Hij erkende wel het spirituele element in zijn werk, maar kon het evengoed benaderen vanuit een zuiver profane, materialistische instelling, een puur schilderkunstige dus.

 

Ook architectuur is in essentie afhankelijk van licht. Hoe dat licht binnenkomt is onderwerp van ontwerponderzoek. Bijvoorbeeld in gevelontwerp. Dat is steeds op een andere manieren geënt op het beheersen van lichtinval. Bijvoorbeeld door het tegenhouden van excessief zonlicht wanneer dat leidt tot oververhitting, terwijl op koude dagen deze warmte juist benut kan worden. Hoewel uit bouwfysische overwegingen, is de manier waarop dat gebeurt interessant.

 

Er kunnen verschillende reliëfs ontstaan waarmee dat licht gefilterd of geweerd kan worden en dat is bepalend voor de beleving van het gebouw binnen en buiten. Wat voor een effect geeft dat in het interieur? Hoe zijn binnen en buiten in balans? Moet een gebouw overal dezelfde lichtervaring hebben of is een afwisselend lichtbeeld interessanter? Mag het in een gebouw ook donker zijn? Intelligentie in daglicht beheersen betekent een spel met licht, maar ook met duisternis.

 

[1] Fer, Briony, Seeing in the Dark; gepubliceerd in “Rothko, The Late Series” 2008 Tate publishing

 

Alex Letteboer is ambassadeur van de Living Dayllights en als architect verbonden aan atelier Pro.
De Rothko-tentoonstelling is tot 1 maart 2015 te bezoeken in het Gemeentemuseum te Den Haag.