Het stadhuis, ontworpen door de architectengroep LRRH en Hans Ruijssenaars, gaat met de rooilijnen en de gekozen hoogtes een samenspel aan met de bebouwing die rond het centraal gelegen plein ligt. Zoals de Markt het centrale plein van de stad is zo is de Burgerzaal het centrale plein binnen het gebouw. Vanaf de markt kom je via een brede hellingbaan of via de trappen binnen in de Burgerzaal op de piano nobile.
Daglicht
De Burgerzaal is een grote ruimte met aan weerskanten luie trappen die de verschillende verdiepingen met elkaar verbinden. Daglicht komt aan beide zijden van de Burgerzaal, gebroken door de trappen en kolommen, in de hal binnen.
Aan de westzijde van de Burgerzaal bevinden zich de raadszaal en de commissiekamers. Aan de oostzijde is de Stadswinkel gesitueerd. Beide grote ruimten zijn ongeveer 7 meter hoog en met een translucente lichtkap overdekt. Samen met de Burgerzaal vormen deze ruimten een door wisselend daglicht bespeelde ‘ ruggegraat’ van het publieke deel.
De structuur van het gebouw is zo ontworpen dat grote vrij indeelbare ruimten ontstaan, waarbij het merendeel van de gevraagde werkvertrekken aan de buitengevel is gesitueerd. Vanaf de eerste verdieping wijken de werkvloeren iets naar buiten en formeren zo aan weerskanten van de Burgerzaal op de tweede verdieping een tweetal patio’s. De begroeiing van deze patio’s vormt ‘s zomers een zonnefilter voor de eronder gelegen Raadszaal en Stadswinkel.
Daglichtmaatregelen: atrium, lichtstraat, patio's

























Nieuwe reactie inzenden